Ruim een maand woon ik nu hier in South Carolina. Het begint te wennen. Met mijn Jeep beweeg ik mij inmiddels net zo gemakkelijk over de huge American highways als met mijn Alfa'tje over de krappe Nederlandse snelwegen. Mijn gedachtes en mijn zinnen zijn inmiddels half Engels, half Nederlands en sinds vanmiddag ben ik zelfs in het gelukkige bezit van een debetcard van onze gezamenlijke bankrekening (gezamenlijk, dat wel, als individu ben ik niet interessant voor de bank omdat ik geen inkomen heb).
Terugkijkend was het een gekke periode. Van zelfstandige en financieel onafhankelijke vrouw, volledig geroutineerd in wonen en leven, werd ik ineens een Non Resident Alien. Met Hoofd Letters.
Alle routines voldeden niet meer, ik had geen toegang tot financiële diensten (bankaccount, autoverzekering), ik mocht (en mag) mijn talenten niet inzetten voor een betaalde baan en familie en vrienden zijn alleen virtueel in de buurt. Letterlijk álles was nieuw en onbekend. Natuurlijk had ik dit allemaal van tevoren ook wel bedácht, maar het echt ervaren is toch weer anders, op zijn tijd best confronterend en zeker ook enorm vermoeiend. De vermoeidheid is inmiddels gelukkig verdwenen.
Ik ben eraan gewend geraakt dat mensen hier niet weten wat ik niet weet, dus ik begin tegenwoordig om uit te leggen dat ik uit Nederland kom ("Ah, The Netherlands, the capital of Amsterdam!" .....right...) en dat ik niet helemaal weet hoe het in de VS werkt.
Ook heb ik geleerd mij neer te leggen bij de ondoorgrondelijke bureaucratische procedures die ooit gaan leiden tot het krijgen van een werkvergunning, een social security nummer, een eigen bankaccount en natuurlijk het fel begeerde SC drivers license (wat naast de examens óók een papieren aangelegenheid is inclusief wachtkamer waar je voor ieder formulier naar een ander loket gestuurd wordt en als je geluk hebt niet tussendoor weer een half uur heen en een half uur terug moet rijden om thuis toch weer een ander document op te halen).
Zodra ik zo'n bureaucratisch procesgericht gebouw betreed, bedenk ik dat ik op dat moment op die dag toch niets anders te doen heb, dus dat ik maar beter in het nu kan genieten van dat ik daar mag zijn. Dan kijk ik om mij heen en zie de enorme diversiteit aan mensen in de wachtruimte, mensen die allemaal op hun beurt moeten wachten en die ook allemaal geconfronteerd worden met de onnavolgbare besluiten van de ambtenaren achter de loketten. Sommigen zijn druk met hun mobieltje, anderen staren gelaten voor zich uit, weer anderen komen een bekende tegen en kletsen luid met elkaar (ha, in ieder geval goed om bekend te raken met het gave Southern accent!).
Daarnaast bestudeer ik de beveiliger die meestal ook aanwezig is in zo'n ruimte. Deze persoon neemt zijn of haar taak heel serieus. Uiteraard in indrukwekkend uniform speurt deze persoon streng (doch rechtvaardig) de ruimte rond en spreekt iedereen aan die het waagt om toch te bellen met zijn mobieltje of die het durft om een flesje water in zijn hand te hebben. (Want vaak staat er een bord dat je niet mag bellen en niet mag eten en drinken in zo'n wachtruimte.) Als ik tijdens zo'n wachtsessie van minimaal een uur naar het toilet moet, krijg ik de neiging om mijn vinger op te steken, maar ik geloof dat dat dan weer niet hoeft...... Wat zou deze beveiliger na het werk thuis vertellen over de afgelopen werkdag?
Schreef ik hiervoor dat álles anders is? Dat is toch niet helemaal waar. Op dit moment zit ik op mijn Apple te typen in de Starbucks-gratis-wifi-zone van de plaatselijke boekhandel Barnes en Nobels (waar ik een member card heb, dus 10% korting), net als een aantal andere mensen aan de tafeltjes om mij heen. Met een tall cappuccino (90 calorieën) erbij, lijkt dit gelukkig toch een klein beetje op Nederland....
